Welke energiebron voor jou haalbaar en betaalbaar is, hangt met name af van de isolatiegraad van je woning. Verwarmen met duurzame elektriciteit vraagt een zeer goed geïsoleerde woning met lage temperatuurverwarming. Voor een gezond binnenklimaat is mechanische ventilatie nodig. 

Schema 1 leidt je aan de hand van onderstaande drie vragen naar een aanpak die bij jouw situatie past: 
1. Welke isolatiegraad is aanwezig of haalbaar?
2. Is laagtemperatuurverwarming aanwezig of haalbaar?
3. Is mechanische ventilatie aanwezig of haalbaar?

Er zijn drie aanpakken mogelijk, ‘all electric’, een ‘hybride systeem’ en ‘duurzame biomassa’. 

Stap 1: Isolatie 

Isoleren is niet alleen het startpunt voor het verduurzamen van uw woning, het bepaalt ook de (on)mogelijkheden voor de toepassing van verschillende vormen van duurzame energie. 

De isolatiewaarde van gevel, dak en vloer wordt uitgedrukt in de Rc-waarde. Bij een hoge Rc verdwijnt weinig warmte vanuit de woning naar de omgeving. Voor glas wordt de U-waarde gebruikt; feitelijk het omgekeerde van de Rc-waarde. Hoe lager de U-waarde van glas, hoe minder warmte er via het glas naar buiten verdwijnt. 

Tabel 1 geeft een indruk van de isolatieniveaus die horen bij bepaalde diktes isolatiemateriaal.

Tabel 2 geeft het isolatieniveau van verschillende typen glas weer.

Weet je niet hoe dik het isolatiemateriaal in jouw woning is? Op basis van het bouwjaar van uw woning krijg je hier een beeld van. Vanaf 1981 wordt in Bouwbesluit aangegeven welke isolatiewaarde de woning minimaal moet hebben, zie tabel 3.

Stap 2: Warmteafgifte 

Alleen een goed geïsoleerde woning kan met een zo laag mogelijke watertemperatuur (30 °C) verwarmd worden. Hoe lager de watertemperatuur, hoe minder energie er nodig is voor de verwarming. Laagtemperatuurverwarming heeft een groot oppervlak nodig waarmee de warmte afgegeven kan worden. Bij vloerverwarming gaat het om veel ‘lussen’ waar het verwarmingswater doorheen stroomt. Ook zijn er speciale radiatoren met kleine ingebouwde ventilatoren ontwikkeld voor verwarmingswater van een lage temperatuur.

Laagtemperatuurverwarming door middel van vloerverwarming is een systeem dat de warmte langzaam afgeeft. Zo kan het opwarmen van een kamer van 15 naar 20 graden een aantal dagen duren. Bij gebruik van speciale radiatoren is dit iets korter, maar ook dit systeem is trager dan het nu gangbare hoogtemperatuursysteem. 

Daarom is het bij laagtemperatuurverwarming extra belangrijk zo min mogelijk warmte te verliezen via naden en kieren of een buitendeur. Kieren geven tocht. Tocht is in een woning met laagtemperatuurverwarming nog oncomfortabeler dan in een woning met hoogtemperatuurverwarming. Staat bijvoorbeeld de achterdeur in de winter een poos open en gaat hiermee veel warmte verloren, dan duurt het langer voordat de woning weer op temperatuur is. 

Woningen met laagtemperatuurverwarming worden dag en nacht op bijna dezelfde temperatuur gehouden. 

Stap 3: Ventilatie 

Voor een gezond binnenklimaat én ter voorkoming van vochtproblemen moet een goed geïsoleerde, kierdichte woning voldoende geventileerd worden. In woningen van voor 1975 wordt de lucht ververst door het openen van ramen en met regelbare ventilatieroosters. In woningen vanaf ongeveer 1975-1980 is er vaak een centrale afzuiging, met afzuigpunten in de keuken, toilet en badkamer. Met deze manieren van ventileren wordt continue warme lucht afgevoerd en gaat er warmte verloren. Daarnaast geven geopende ramen en ventilatieroosters bij kou voelbare tocht. In goed geïsoleerde woningen wordt daarom CO2-gestuurde ventilatie met warmteterugwinning toegepast. Op basis van de hoeveelheid CO2 in de ruimte draait de ventilator sneller of langzamer. Deze manier van ventileren voorkomt onnodig verlies van warmte. 

Ventilatiesystemen met warmteterugwinning verwarmen de binnenkomende lucht met de warmte van de uitgaande lucht. Hierdoor gaat er minder warmte verloren en ontstaat er minder tocht. In nieuwbouw worden hiervoor vaak centrale systemen toegepast en in bestaande woningen vaak decentrale systemen. Het decentrale systeem heeft als voordeel dat er geen ventilatiekanaal door de woning hoeft te worden aangelegd. 

Stap 4: Verwarmingssysteem 

In een energieneutrale woning wordt het aardgas bij voorkeur vervangen door duurzaam geproduceerde elektriciteit. In tabel 4 is te zien welke vorm van duurzame warmteproductie je het beste kunt toepassen bij welk isolatieniveau. 

In tabel 5 is te zien welk warmteafgiftesysteeem (hoogtemperatuur- of laagtemperatuur radiatoren of vloerverwarming) het best passen bij welk verwarmingssysteem.

Stap 5: PV-panelen 

Een energieneutrale woning wekt met zonnepanelen de benodigde elektriciteit op. Een PV-paneel wekt per jaar ongeveer 250 kWh op. Een warmtepomp die jaarlijks 4.000 kWh verbruikt vraagt dus de aanschaf van 16 panelen. Voor het overige verbruik (gemiddeld 3.000 kWh per jaar) zijn dan nog 12 PV-panelen nodig. 

Niet alleen dakoppervlak zonder schaduw op de zuidkant, maar ook dakvlakken gericht op het oosten en het westen zijn geschikt voor PV-panelen. Of wellicht heb je een stukje grond dat kan dienen als zonneweide, als alternatief. Ook de aanschaf van panelen via een energiecoöperatie is een mogelijkheid.  

100% elektriciteit zelf opwekken begint met het verlagen van het verbruik. Vervang apparatuur tijdig en wees scherp op je energieverbruik (lampen uit, deuren dicht).